![]()
"Want ik schaam mij des Evangelies
van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid
een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek."
Romeinen 1:16
Andrew Bonar had al een interesse
in de Joden toen hij nog jong was.
Enerzijds omdat de Joden als het volk van God Jezus niet erkenden als de
Messias, maar ook omdat hij een diepe bewondering had voor de oudere Schotse
theologen zoals Samuel Rutherford.
Rutherford sprak altijd liefdevol over de Joden als de 'oudere' zuster van de
Kerk. Ook was de Zionistische beweging in deze tijd sterk."In 1829, als
hij 19 is, schrijft hij: "Heb de Joodse synagoge bezocht. Interessant, en
ook heel leerzaam voor ons, die hun dwaling met meer inzicht kunnen
zien."
Misschien klinkt dit arrogant, maar zelfs voordat hij zeker wist dat hij
wedergeboren was, was hij er volledig van overtuigd dat Jezus Christus de enige
weg naar God was. Dit was de oorzaak van een diep verlangen dat voortkwam uit
mededogen, hen de betere weg te laten zien. Hij zou het zeker niet eens zijn
geweest met het moderne idee dat de Joden niet ge-evangeliseerd moeten worden.
Zijn liefde voor hen dreef hem om zending onder de Joden te steunen, en hen te
bereiken met het evangelie.
Als hij, na zijn werk in Jedburgh, een tijdlang naar Edinburgh gaat in 1837,
schrijft hij: "Ik hoop dat ik enkele Joden zal tegenkomen in de
stad." Terwijl hij daar is, wordt hij door de Commissie van de Joodse
genootschap tot secretaris benoemd.
In April schrijft hij: "Met z'n twaalven waren we bij de heer C. om te
zien hoe Pasen wordt gevierd door de Joden. Het maakt de Bijbel heel erg
duidelijk, en ik voelde iets van de realiteit van de twaalf discipelen die het
samen met Christus hielden. Ik heb gebeden en verheugde me dat hier iets
gebeurt voor de Joden. Ik denk dat de Joden een reden zijn waarom ik hier moest
komen na Jedburgh."
In juli: "Gesprek met een Jood, Joseph Leo", en een week later:
"Vanavond ben ik begonnen de Jood les te geven. Hij wil graag alles
weten."
In September is hij in Liverpool, waar hij schrijft: "Vanmorgen zijn we
naar de synagoge geweest, waar ik de mogelijkheid had, een
evangelisatie-blaadje achter te laten." In December van hetzelfde jaar
wordt hij bemoedigd door een samenkomst: "..veel mannen, en ook twee
Joden, waarvan er een nog niet zo lang geleden voor het eerst kwam, Louis
Königsberg
Gedurende 1838 begint het geplande werk onder de Joden vorm aan te nemen. In
februari ontvangt hij een brief van de heer Wodrow "die zei dat hij
volgende week woensdag een verzoekschrift over de Joden zal indienen bij de
raad van ouderlingen, en dat hij daarvoor alle vrienden van Israel hier om
gebed vraagt."
Iets meer dan een week later schrijft hij: "Het schijnt dat erbij sommige
predikanten interesse voor de Joden is opgewekt. Ik zie dit als een regelrecht
en gedenkwaardig antwoord op gebed, en nog meer omdat ik er zelf niet direct in
betrokken ben geweest." Aan het eind van de maand is er nog meer niews:
"Gisteren hoorde ik wat de Glasgow Genootschap van plan is te doen voor de
Joden. Nu is er hoop dat onze zaak hier en in andere plaatsen bevorderd zal
worden. We mogen zelfs verwachten dat de Algemene kerkvergadering er dit jaar
aandacht aan zal schenken."
In Maart woont hij een grote gebedsvergadering voor de Joden bij in het huis
van de heer Wodrow. Hij krijgt ook te horen van een school in Bombay waar 200
Joodse kinderen worden onderwezen door Dr. Wilson, "geholpen door onze
genootschappen." In mei de joodse zaak wordt naar voren gebracht tijdens
de Algemene Vergadering van de Kerk van Schotland. Hij schrijft: "Veel
gebeden voor Israel vanmorgen. Ik zag een speciale gebedsverhoring in God's
daden onder ons, met betrekking tot deze zaak, en een aanmoediging om verder te
gaan, en ik dacht aan de belofte: "Gezegend zij die u zegenen."
Opeens schijnen er zoveel predikanten en kerkmensen geinteresseerd. Ik ging
naar de Algemene Vergadering. Deze zaak was het laatst aan de orde, en het werd
unaniem besloten dat een Commissie gevormd zou worden. Prijs God! Ik hoop dat
er nu van ons gezegd zal worden: 'Verheug u met Jeruzalem;' onze kerk zal
gezegend worden in de vreugde van Sion."
Tien dagen later de Commissie voor de Joden wordt benoemd, en hij schrijft:
"De collecte na de preek gisteravond bedroeg £61."
Zijn gesprekken met Joseph Leo gedurende het vorige jaar hadden duidelijk
success, want in Augustus schrijft hij in zijn dagboek: "Veel hulp
ontvangen. Gebeden voor Joseph Leo, de Jood, die vandaag gedoopt wordt in St.
George's kerk." Louis Königsberg wordt ook gedoopt.
1839 betekent een niewe richting. In februari wordt hij "wat van streek
gebracht door een voorstel in Edinburgh om Robert M'Cheyne en mijzelf zes
maanden naar het continent van Europa te sturen, en zelfs naar Jeruzalem, om
inlichtingen in te winnen over de Joden. De gedachte hieraan heeft echter het
resultaat gehad dat ik me meer geroepen voel om ook hier met grotere ernst te
spreken."
Het is van groot belang voor hem om mensen te onderwijzen over de Joden, en
nadat hij gepreekt heeft in Kelso, schrijft hij: "heb de
zondagschoolkinderen over de Joden verteld, waardoor het vreemde voorstel weer
in m'n gedachten kwam....Ik kan nu bidden dat ik uitgezonden mag worden als
deze zending iets zal bewerkstelligen." Enige weken later: "Vandaag
en gisteravond heb ik dieper en echter kunnen bidden voor opwekking in mijn
gemeente, en met betrekking tot de Joden."
In maart hoort hij dat "ik ben benoemd voor de expeditie samen met
M'Cheyne, Wodrow (die later vervangen werd door Dr. Keith), en Dr.
Black. Ik geef deze avond over aan gebed voor deze zaak, het success ervan, en
mijn deel erin." Hij ontvangt de brief van de Commissie waarin hij
verzocht wordt naar de Joden te gaan. "Het is een zeer ernstige zaak voor
mij......Heb de hele morgen in gebed doorgebracht."
Hij maakt zich zorgen over zijn gemeente, omdat hij in 1838 dominee in Collace
is geworden. Hij zegt: "Mijn mensen hebben geen geweten over de plicht om
naar de Joden om te zien...", maar eind maart geeft de raad van
ouderlingen hem verlof om zes maanden to gaan.
Op 21 maart vertrekt hij, op weg naar Frankrijk, Italië, Malta,
Griekenland, Egypte, Palestina, Smyrna, Constantinopel, Wallachië,
Moldavië, Polen, Pruisen, en Duitsland.
Het boek: "De Joden in Europa en in Palestina, voorgesteld in eene
reisbeschrijving van de HH. Keith, Black, Bonar en Mac Cheyne, door de Schotse
Kerk afgevaardigd " wordt het jaar daarop uitgegeven, en is een heel
interessant verslag van deze reizen.
Gedurende zijn afwezigheid stuurt Andrew Bonar pastorale brieven aan zijn
gemeente, die door de heer Nairne van Dunsinnane aan de gemeente worden
voorgelezen.
Op vrijdag 22 november komt hij terug naar Collace, en tijdens de volgende
kerkdienst zit de kerk vol met mensen die "iets over Jeruzalem willen
horen."

Andrew Bonar in 1845 toen hij 35 jaar oud was
![]()
ONDER CONSTRUCTIE
Biografie | Literatuur | Theologie| Links
Juli 2001